|
Biografie Peter Koelewijn
|
|
Peter
Koelewijn (1942) |
Peter Cornelis Koelewijn wordt geboren op 29 december
1940 op de Heezerweg in Eindhoven als zoon van een
vishandelaar. Al vroeg was hij weg van muziek en
vooral van de "pop muziek" uit die jaren met artiesten
als Guy Mitchell, Frankie Laine, Rosemary Cloony,
Johnny Ray en Nederlandse hitmakers als The Chico´s en
The Kilima Hawaiins. In 1953 kreeg hij zijn eerste
gitaar en niet lang daarna begon hij zijn eigen
(veelal cowboy) liedjes te schrijven. Op de Nuts Mulo
in Eindhoven begon hij halverwege de fifties zijn
eerste bandje met daarin drie leden, die later ook
deel zouden uitmaken van "Peter en zijn Rockets":
Harry van Hoof, Charles Jansen en Peter v.d. Voort. Op
dezelfde Mulo zat Anneke Grönloh en op schoolfeestjes
werd vaak samen gespeeld.
 |
Peter &
Rockets 1960. Van l. naar r. C. Buchholz, C. Jansen, A. Bagen, H.
v.Hoof, P. Koelewijn en P. v.d. Voort
|
Peter haalde, na de Nuts Mulo, zijn HBS diploma op het
Gemeentelijk Lyceum Eindhoven en in die periode werd
én de naam The Rockets bedacht (door Charles Jansen)
én kwam saxofonist Claus Buchholz bij de band, die
toen compleet was: Peter v.d. Voort drums, Harry van
Hoof piano, Charles Jansen, basgitaar, Claus Buchholz
en Peter Koelewijn, zanger en gitarist. Later kwam
daar als extra saxofonist Arnold Bagen bij. Een paar
jaar daarvoor wist Peter welke richting het
uiteindelijk op moest. Hij had "Long Tall Sally" van
Little Richard gehoord en dat was voor hem het teken
aan de wand: rock ´n roll moest het worden. Later werd
dat idee nog versterkt door de platen van Elvis, Chuck
Berry, Buddy Holly, Bill Haley, Wanda Jackson, Connie
Francis, Jerry Lee Lewis, The Platters, Ritchie Valens
en al die andere rockers van het eerste uur. Maar een
belangrijke inspiratiebron waren de Amerikaanse
soldaten die in de jaren vijftig naar Eindhoven
kwamen. Deze jongens waren gelegerd in grote
Amerikaanse bases in Duitsland. In de weekenden
trokken zij, in grote open Amerikaanse sleeën naar de
lichtstad om daar te drinken, dansen en achter de
meisjes aan te zitten. Meestal streken ze neer in
café's op de markt, zoals Poort van Kleef, en het
belangrijkste was: zij namen hun eigen nieuwe
Amerikaanse platen mee, waarvan de meeste in Europa
meestal niet eens uitkwamen. Peter Koelewijn zat als
tiener vaak urenlang bij de juke-boxen waarop die
muziek te horen was. En verder luisterde hij elke
zaterdagmorgen naar de hitparade van The American
Forces Network (AFN) en 's-avonds naar Radio
Luxemburg. Na het halen van zijn HBS A diploma werd
Koelewijn in 1960 aangenomen als leerling-journalist
bij het Eindhovens Dagblad, waar hij twee jaar later
zijn opleiding voltooide. Maar eind 1959 al nam hij
zijn eerste plaat op: Kom van dat dak af.
1959
 |
Peter
Koelewijn (1960)
|
Vriend van de inmiddels
definitieve Peter en zijn Rockets, Toon Wagemans uit Eindhoven, weet voor
elkaar te krijgen dat platenmaatschappij Bovema in Heemstede de groep
uitnodigt voor een auditie in hun studio. Peter Koelewijn had een handvol
zelf geschreven Nederlandstalige rock ´n roll liedjes met de band
ingestudeerd, maar schrijft een paar dagen vóór de opname de song "Kom van
dat dak af". De band gaat met drumstel, zelf gemaakte versterkers, gitaren
en saxofoon per trein naar Heemstede en tijdens die reis laat Peter zijn
nieuwste horen. Het liedje wordt in de coupé geoefend "als extraatje". In
de studio worden drie liedjes opgenomen: "De hele stad is gek en dol",
"Jenny" en het zo pas ingestudeerde "Kom van dat dak af". De opnamen duren
drie uur (lang voor Bovema begrippen), maar dat kwam omdat de gitaar van
Peter gerepareerd moest worden. Alles werd in één keer op één spoor
opgenomen. De banden blijven echter op de plank liggen tot Co de Kloet,
producer van het toen immens populaire radio programma Tijd Voor Teenagers
(vrijdag ´s middags tussen 5 en 6), toevallig langs kwam, de liedjes
hoorde en zei dat Bovema (EMI) "Kom van dat dak af " onmiddellijk hoorde
uit te brengen. De Kloet laat Dick Duster, DJ van het programma, de plaat
drie keer bij de première, begin 1960, draaien.De hit was geboren, in
Nederland én in België.
60's
 |
Met Anneke Grönloh
(1960)
|
Direkt na het enorme succes van
"Kom van dat dak af" verruilt de groep Bovema voor platenmaatschappij
Phonogram (Philips). Achtereenvolgens komen daar hits als "Janus",
"Marijke", "Laat me los", "Speel die dans " en "24 kussen" uit. Ook neemt
de band samen met Anneke Grönloh "Ma, hij wil zo graag een zoen" op.
Daarna komt de klad er in omdat de platenmaatschappij en de band mee
willen varen op het succes van de opkomende beatgroepen als de Beatles en
de Rolling Stones. Een groot aantal wonderlijke producties zijnhet gevolg
waarvan weinig lukt. De groep verandert van samenstelling, Claus Buchholz
is de eerste die de Rockets verlaat en later volgen Harry van Hoof en
Peter v.d. Voort. Jeroen Ophoff (drums) en Hans Sanders (gitaar/keyboards)
nemen hun plaats in. Hans Sanders wordt later de voorman van de groep
Bots. Phonogram wil halverwege de jaren zestig Peter Koelewijn graag als
producer voor de steeds groter wordende stal nieuwe artiesten (hij begint
daar tegelijkertijd met Hans van Hemert). De eerste productie van de
Eindhovenaar is meteen raak: "You´re the Victor" met de Haagse groep Q 65
en ook zijn tweede, "En nou ik" met de Eindhovense protestzanger Armand is
een succes. Ook zijn liedjes voor andere artiesten beginnen aan te slaan:
samen met Hannie Meijler schrijft hij voor Connie Vandenbos "Ik ben
gelukkig zonder jou" en "Paleis met gouden muren".

 |
Met Rob Out
(Egbert Douwe) na het opnemen van
Kom uit de bedstee m´n liefste
(1968)
|
Peter verhuist voor twee jaar
naar muziekuitgeverij Altona. Daar begint hij voor eigen rekening met
producties en dat leidt tot het ontdekken van artiesten als Bonnie St.
Claire, Lowland Trio en Ronnie en de Ronnies, voor welke laatste twee acts
hij respectievelijk de hits "Ik kan geen kikker van de kant af duwen",
"Beestjes" en "Ikke, ga d´r eentje pikke" schrijft. Pal daarop wordt Peter
Koelewijn gevraagd door DJ Willem van Kooten en producer Freddy Haayen om
mee te doen met de nieuw op te richten productie maatschappij Red Bullet.
De eerste Koelewijn plaat als producer/songwriter voor die maatschappij
wordt meteen een no 1 hit: "Kom uit de bedstee m´n liefste" met Egbert
Douwe, pseudoniem voor vriend en Veronica DJ Rob Out.
 |
|
Met Johan Cruyff in de studio
(1969)
|
Bonnie St. Claire´s "I won´t stand
between them", ook een Koelewijn song/productie, is de volgende top 10 hit
en in die periode maakt de producer de enige plaat die Johan Cruyff
gemaakt heeft: "Oei, oei, oei, dat was me weer een loei". Als Johan later
bij Barcelona gaat voetballen, wordt de single ook nog een hit in
Baskenland. "Soul tango" van Casey & the Pressure Group wordt een
succes en in de Red Bullet tijd begint, nog aarzelend, de samenwerking met
de later zo succesvolle Nico Haak. Peter produceert de twee LP´s van de
band Mr. Albert Show, waarvan vooral de leider Bertus Borgers en
toetsenist Bonkie Bongaerts (later Bots) nog van zich zouden laten
horen.
In dezelfde periode werkt Peter ook als succesvolle DJ bij
Radio Luxemburg en doet hij tientallen drive-in shows als DJ-presentator
in Nederland, Belgie en Duitsland. In 1970 houdt hij daar mee op, verlaat
ook Red Bullet, krijgt opnieuw een aanbieding van Phonogram om als
producer te komen werken en formeert weer een Peter en zijn
Rockets.70's
 |
Met Nico Haak in de studio
(1972)
|
In 1970 neemt Peter Koelewijn weer
als artiest een aantal nummers op in de GTB studio in Den Haag. De remake
van "Kom van dat dak af" (m.m.v. o.a. Harry van Hoof, Hans Vermeulen en
Louis Debij) wordt een top tien hit en de zanger gaat weer toeren met
nieuwe Rockets: Janus Toethuis (gitaar), Frans Meijer (drums), Ad Damen
(solo gitaar) en Nol Passon (bas gitaar). Met deze groep neemt hij in de
vier jaren die volgen o.a. de succesvolle singles "Mij oh mij", "Robbie",
"Veronica Sorry" (met hulp van Piet Souer) en "Angeline, m´n blonde
sexmachine" op. Op bijna al deze platen is Bertus Borgers gast-saxofonist.
Muziekkrant Oor brengt in ´72 een speciale editie uit, gewijd aan "de
Godfather van de Nederlandse Rock ´n Roll Peter Koelewijn".
 |
|
Opname Angeline in de GTB studio in Den Haag
(1973)
|
Als producer/liedjesschrijver
scoort de Eindhovenaar in de seventies vele hits: o.a. Herman van Keeken
met "Pappie loop toch niet zo snel", Bonnie St. Claire met "Clap your
hands", "Waikiki man", "Dokter Bernhard", Willeke Alberti met
"Carolientje", Ria Valk met "De liefde van de man gaat door de maag"
(beter bekend als "Worstjes op m'n borstjes") en "Moeder ik ben zo bang",
Leftside met "Like a Locomotion", vele Nico Haak hits zoals "Foxy Foxtrot"
(in Duitsland een top tien onder de titel "Schmidtchen Schleicher"), "Is
je moeder niet thuis", "Ukelele"en "Honkie tonkie pianissie", Ronnie Tober
met "Petite Mademoiselle", Ronnie en Ciska Peters met "Naar de kermis" en
Louis Neefs met "Ach Margrietje (de rozen zullen bloeien)". Voormalig
Rockets lid Hans Sanders richt de groep Bots op en Koelewijn produceert
vier zéér succesvolle LP´s. Ook in Duitsland wordt de groep erg populair:
meer dan 500.000 verkochte LP´s.

|
In 1978 begint
Peter Koelewijn de eigen productiemaatschappij Born Free, onder de vlag
van Phonogram, samen met producer Will Hoebee, promotie man Janus
Toethuis, secretaresse Tineke Kusters en Josef Schamp. De eerste release
is het Koelewijn album "Het beste in mij is niet goed genoeg voor you"
(gouden plaat en Edison) met de hits "Je wordt ouder pappa" en het twintig
jaar later door Paul de Leeuw gecoverde "KL 204 (als ik God was)". In die
periode start Peter een meisjesgroep: Babe. Hij schrijft en scoort 16 top
40 platen met Babe, waaronder "Please me, please do", "Never listen to a
bouzouki-player", "Drunken sailor" en "Together in love again". Jan
Rietman arrangeerde bijna alle platen van de groep. Met de Born Free
artiesten (waaronder ook Rob de Nijs en Saskia & Serge, waarvoor
producer Will Hoebee verantwoordelijk was) neemt Peter het gigantische
succes "Een heel gelukkig kerstfeest" op.
 |
|
Met Ria Valk en de Rockets in de TV special
Koelewijn behoeft geen Krans (1973) |
In
dezelfde tijd zorgt hij, met co-producer Hoebee, voor een top 3 notering
in Nederland en Belgie met "Patrick, mon cherie" van Kiki & Pearly.
Dit nummer zong Sheila in Frankrijk regelrecht de top 10 in op de
orkestband van Kiki & Pearly.
Hoebee produceert voor
Koelewijn's Born Free diverse grote hits en succevolle LP's, zoals "Het
werd zomer", "In de winter" en de LP's "Rob de Nijs" en "Tussen zomer en
winter" met Rob de Nijs, de Engelse Peters & Lee met "Song from Moulin
Rouge", Saskia & Serge met "Baby I'll give you everything" en
"The battle of Sally Ann" (met een paar platen haalden Saskia & Serge
zelfs de Amerikaanse country charts), LP's met dirigent Harry van Hoof
(dezelfde van het eerste Rockets uur) zoals "Thank you for the music" (met
pianist Pieter van Vollenhoven), "Strings by candlelight" (met gitarist
Piet Souer) en "Music by Candlelight" (met panfluittist Georghe
Zamfir).
Peter Koelewijn houdt het als artiest weer een paar jaar
voor gezien. Hij stopt met Born Free en gaat zich bezig houden met het
eerder opgerichte Rocket Management in Hilversum, waarvan Ludo Voeten en
hij eigenaar/direkteur worden. Ook producer Hans van Hemert (o.a. Luv en
Mouth & McNeal) maakt kort deel uit van de direktie, maar trekt zich
na korte tijd terug. Het management behartigt ook de belangen van
non-Koelewijn artiesten als Vulcano en Grant & Forsyth.
80's
 |
Optreden (1981)
|
In
1981 nodigt Lex Harding van Radio Veronica Peter Koelewijn uit om met zijn
nieuwe band live te komen spelen op één van de countdown TV concerten.
Peter besluit die uitvoering op te nemen (geregistreerd door Tom en Rob
Peters) en brengt er een dubbel LP, "Peter live", van uit. Een doorslaand
succes, vooral door de twee hitsingles "Klap maar in je handen" en de live
versie van"Kom van dat dak af"! Hij gaat weer toeren met de nieuwe Rockets
waarin o.a.Wim Donkers (gitaar) en Sjaak v.d. Bulk (keyboards). De band
scoort o.a. met de hits "De tijger is los", "Ik ben geen Jo-Jo", "Zo lang
de motor loopt" en "Een hete zomer". Tussendoor maakt Peter nog als zanger
de Rod Stewart medley "Rock Heroes", samen met Jan Rietman en Tom
Peters.
 |
|
Duet met Bonnie Tyler
(1984)
|
In 1983 gaat Koelewijn weer solo
en levert het album "Diep water" af met de hit single "De sprong in het
duister" en twee duetten met Babe zangeres Marga Bult . De volgende top 20
plaat wordt "De loop van een geweer". In 1989 wordt "Kom van dat dak af"
voor de vierde keer een hit maar dan heeft Peter hulp van de rappers DJ
Sven en Miker G.
Halverwege de jaren tachtig schrijft hij voor de
meidengroep "Curtie & the Boombox " twee hits: "Let´s talk it over in
de Ladies room" en "Black kisses never make you blue". De laatste
productie komt zelfs in de Amerikaanse hitparade. Een paar jaar later
schrijft en produceert Peter Koelewijn de Eurovisie Songfestival inzending
"Rechtop in de wind", gezongen door Marga Bult. Zij eindigt in Brussel op
de vijfde plaats.
 |
TV optreden met de Rockets
(1986)
|
Tony Berk van muziekuitgeverij
TBM, die de administratie doet van Peter´s eigen uitgeverij Coolwine
Music, overhandigt de liedjesschrijver een tableau met 10 zilveren
schijven voor de verkoop van meer dan 10 miljoen Koelewijn
liedjes.
Peter wordt in die tijd door de KRO gevraagd om als DJ een
programma te verzorgen op Radio 3, elke woensdag morgen tussen 7 en 9 uur.
Ook is hij vijf jaar voorzitter van de Soester voetbalvereniging SEC. Hij
schrijft een paar jaar columns in een plaatselijke krant. Een collage
daarvan wordt gebundeld in het boek "Deksels, we hebben
panne!"90's
 |
Gompie optreden in Duitsland
(1996)
|
In het begin van die jaren begint
Peter Koelewijn als producer aan een hele reeks zeer succesvolle country
LP´s/CD´s met Grant & Forsyth. Elke plaat wordt goud en de meeste ook
nog platina. Edel metaal wint hij ook met de producties "As Dick me hullep
nodig heb" van Johan & de Groothandel, de voetbal CD´s "Feest met
Oranje" en "Oranje is, Oranje blijft" en de CD "Goede tijden, slechte
tijden", een plaat met alle stars uit de gelijknamige soap. De groep Pater
Moeskroen scoort twee top tien hits, "Roodkapje" en "Hela Hola" onder
leiding van de Eindhovenaar.
Halverwege de jaren negentig neemt hij
zelf voor de grap, op verzoek van platendirekteur Rob Peters en onder
muzikale leiding van John v.d. Ven, een oud Smokie nummer op ("Living next
door to Alice") maar de titel wordt veranderd in "Alice, who the X is
Alice". Koelewijn doet dat onder de naam Gompie en scoort er in heel
Europa en in Canada mee. Hij krijgt daarvoor een hele rits gouden platen.
 |
|
Gouden platen in Canada voor Helmut Lotti,
manager Piet Roelen en Peter Koelewijn
(1998) |
In die tijd verkoopt hij ook zijn
aandeel in het Rocket Management aan Ludo Voeten. Op hetzelfde moment
wordt hij door Piet Roelen, manager van zanger Helmut Lotti, gevraagd om
de, op semi klassieke leest geschoeide, eerste CD van Helmut op te nemen.
Het succes is enorm. Van de eerste CD, "Helmut Lotti goes classic", worden
alleen al in de Benelux record aantallen weggezet. Ook de 7 CD´s daarna
worden opgenomen onder productionele leiding van Peter. Helmut Lotti is
inmiddels uitgegroeid tot een artiest van internationale allure en de
totale verkoop van zijn CD´s overstijgen inmiddels de 8 miljoen. Voor
dezelfde Piet Roelen produceert hij (en schrijft enkele liedjes voor) Lisa
del Bo en Michael Junior, twee Belgische artiesten. Het levert hem drie
gouden CD´s op. Ook de CD met Lisa del Bo, Willy Sommers en Luc Steeno als
trio, wordt een succes.
Voor Dino records neemt hij, samen met
arrangeur Piet Souer, in een studio in Hollywood een CD op met Engelbert
Humperdinck met in het Engels vertaalde Nederlandse hits. Zelfs EMI
Duitsland vindt het goed genoeg om te releasen. Aan het eind van de
negentiger jaren zorgt Lee Towers met het door Koelewijn geschreven en
geproduceerde "Mijn Feyenoord" voor een Rotterdamse
voetbalevergreen.
00's
 |
|
Peter Koelewijn
(2002) |

Al geruime tijd wil Peter
Koelewijn zich ook profileren op andere gebieden in de Nederlandse
show-business. Hij is daarom bestuurslid geworden van de Stichting Conamus
(houdt zich bezig met het promoten van het Nederlands copyright in binnen-
en buitenland), van de auteursrechten organisatie STEMRA, van de PALM
(Professionele Auteurs Lichte Muziek) en van het GONG (Genootschap van
Onafhankelijke Nederlandse Geluidsproducers).
Al die jaren trad en
treedt Peter Koelewijn ná de Rockets perioden als solo artiest op. In 2002
wordt met veel succes begonnen met een serie reunie-concerten met de
Rockets uit de jaren zeventig, Janus Toethuis, Frans Meijer, Nol Passon en
Ad Damen, versterkt met saxofonist Jos Vos. Er komen geen opnamen van.
Peter Koelewijn is bezig met een nieuwe solo
CD.
|